Uit elkaar

Hier vind je gedichten over mislukte relaties, pijnlijke scheidingen, spijt en ellende.

 

 

Wraak (de liefde is over)

Jij vuile schoft, ik had het kunnen weten!
Dat overwerken, dat gebrek aan lust;
Je ging ineens weer sporten, minder eten
Je hebt me in geen maanden meer gekust

Toen ik een week ging zorgen voor mijn moeder
heb jij hier met die hoer in huis gewoond
Ik was nog blij verrast; dat vuile loeder
had voor ik kwam de lakens fris verschoond

Je zei me dat je overuren draaide
Ik leefde met je mee, je was zo moe!
Wist ik dat je die slettenbak steeds naaide
dus dáár ging al je energie naartoe!

Ik vond die bon toen ik je broek wou wassen
de puzzelstukjes vielen op hun plek
Ik zal je met mijn zoete wraak verrassen
Dit laat ik me niet doen, ik ben niet gek!

Je liet me altijd al ons geld beheren
in blind vertrouwen, en dat was terecht
Maar nu heb ik iets van je kunnen leren:
ons wederzijds vertrouwen was niet echt

Je wist me ooit die cursus aan te praten
voor inzicht in het financieel beheer
Intussen heb je vast niet in de gaten
hoe ik nu van die kennis profiteer

Ik zal mijn rol nog eventjes vervullen:
je lieve vrouw die altijd op je wacht
Straks heb ik al jouw geld en al je spullen
We zullen zien wie er het laatste lacht

 

Dramatisch verliefd

Ik ben zo stapelgek op Stijn
Wat zou ik graag z'n liefje zijn
Maar ach, hij ziet me nog niet staan
(Let op, hier valt de eerste traan)

Hij is zo knap en zo vol flair
En dus geweldig populair
De meisjes zwermen om hem heen
En ik? Ik voel me zo alleen

Mijn lippen tuiten onbewust
Als hij een ander streelt en kust
Ik kijk van achter een gordijn
En voel een doffe hartenpijn

Ik slik, maar hou het niet meer droog
Er welt een traan in ieder oog
En wazig zie ik hem en haar
Nu innig zoenen met elkaar

Geluidloos ren ik hier vandaan
Ik zoek een plek om heen te gaan
En vlucht dan maar naar het toilet
Ik draai het slot daar op ‘bezet’

Hier kan ik rustig zonder schromen
Mijn hete tranen laten stromen
De watervloed is niet te stoppen
Ik voel mijn voeten nu al soppen

Na een kwartier wil ik naar buiten
Het water staat al tot mijn kuiten
Maar ach, de deur zit stevig klem
Ik schreeuw het uit en roep om hem

Natuurlijk kan hij mij niet horen
Ik zit hier vast en ben verloren
Ik huil zodat het water stijgt
Nu voel ik me toch echt bedreigd

Het water stijgt me tot de kin
Ik huil het uit en slik het in
Hoe treurig is het en hoe dom
Ik kom hier in mijn tranen om

Mijn laatste woorden zullen zijn:
Waarom liet jij me stikken Stijn?

Ik wil je terug

Zij:

Hier zit ik in mijn eentje in mijn opgeruimde kamer
En nergens liggen kranten, haren, nagels om me heen
Dus eindelijk een einde aan die irritante rotzooi
Geen sport op de teevee. Maar o, wat voel ik me alleen

Ik ergerde me altijd zo als jij weer zat te zappen
En dan weer kijken bleef naar dat gezever over sport
Ik kon er echt niet tegen als je winden zat te laten
Of smerig zat te eten en te likken aan je bord

En nu zit ik aan tafel tegenover een bos bloemen
Die ik mezelf gegeven heb, omdat ik treurig was
Ik eet met mes en vork en niemand snoept er uit de pannen
En niemand schenkt er drie keer wijn in zijn ‘te kleine’ glas

Ik mis je vuile sokken in een hoekje van de kamer
Ik mis de zweetlucht van je shirt waarin je hebt gerend
Ik mis je leeslamp die me stoorde als ik ’s nachts wou slapen
Ik dacht dat ik het haatte, maar ik was het zo gewend

Wat doe je nu je weg bent: ga je met je vrienden stappen?
En kijk je naar de vrouwen, want je bent ten slotte vrij…
Of mis je me een beetje, wil je er eens over denken
Om het weer te proberen samen, hier, terug bij mij!

Hij:

Dat was het dan, nu zijn we uit elkaar
Geen ruzies meer, geen tranen, geen venijn
Het was niet leuk meer samen, het was klaar
Ik zag er tegenop om thuis te zijn

Dus zit ik hier tevreden aan het bier
En niemand die iets moeilijks van me wil
ik zet de televisie lekker hard
want anders is het wel een beetje stil

Mijn scheermes ligt gewoon waar ik het liet
En niet vol blonde stoppels bij het bad
Er zit geen lippenstift meer aan de vaat
En niemand zegt: je voeten stinken, schat

Nee, niemand zegt er ‘schat’; ik ben alleen
Dit is mijn huis, ik doe mijn eigen zin
En niemand die zich ergens mee bemoeit
Al ga ik heel de nacht mijn bed niet in

Dat bed dat daar al uren op me wacht
Maar nee, het is zo leeg, ik ga nog niet
Ik drink nog wat, ik denk een beetje na
Aan alles wat ik bij je achterliet

Ik denk aan lieve dingen die je zei
En weet ineens dat ik je heel erg mis
Ik wil je graag terug, terug bij mij
Omdat het samen zo veel leuker is