Light

Op deze pagina vind je geen zware kost, maar gedichten waarvan ik hoop dat ze je laten glimlachen.

Dan moet je maar niet zonnen op zo'n hete dag

Ze droeg een tanga en een minuscuul behaatje
Ze liep met lome passen over het terrasDaar liet ze zich wellustig zakken in de ligstoel
Terwijl het veertig graden in de schaduw was

Daar lag ze tien minuten in een wulpse houding:
Een knie omhoog, haar mooie borsten trots vooruit
Er stond al gauw een plasje water in haar navel
Er klonk een onheilspellend, plakkerig geluid.

Haar linkervoet bewoog zich licht en leek te krimpen
Haar dunne vingers hingen slap van elke hand
Ze scheen wat verder in de luie stoel te zinken
Een arm hing als een slappe vaatdoek langs de rand.

Haar zonnebril gleed van haar eens zo rechte neusje
Dat nu een spoor trok langs haar kin tot aan haar nek
Haar pronte borsten liepen uit als pakjes boter
Onder haar stoel ontstond een grote, natte plek

Een paar uur later kwam een huisgenoot haar zoeken.
Hij vond een minuscuul behaatje in de stoel
Haar dure zonnebril, een tanga en een wijnglas
Als een stilleven in een plakkerige boel

Hij dacht aan alle rijke mannen in haar leven
En hoe ze smolten voor haar schoonheid en haar lach
Nog even keek hij naar de plas en zei toen zachtjes
Dan moet je maar niet zonnen op zo'n hete dag.

 

Bijzondere verhuizing

Oma van der Sloot was eenentachtig
Toen haar dochter met een folder kwam:
'Kijk eens, dit verzorgingshuis, hoe prachtig!
Zou je niet eens gaan verhuizen, mam?'

Oma keek eens naar haar oude stoelen
En de scheve deur van de wc
En ze zei: 'Daar zou ik wel voor voelen
Ja Sofie, dat is een goed idee'

’s Avonds klapte ze haar laptop open
Om eens serieus op zoek te gaan
Want ze wilde wel een huisje kopen
Maar dan niet zo’n huis dat stil blijft staan

Zondags keek Sofie met grote ogen
‘Mam, er staat een camper voor je deur!’
‘Ja,’ zei oma, 't is een fijne hoge
En wat vind je van die roze kleur?'

Oma sjouwde rond met grote tassen;
In het huis stond niets meer op z’n plek
‘Zou dit ook nog in de camper passen?’
‘Moeder!’ zei Sofie, ‘doe niet zo gek!’

‘Kind,’ zei Oma van der Sloot en lachte
‘Jij bracht me toch zelf op het idee
Dus ik dacht: waar zal ik nog op wachten
Kijk, mijn huis kan rijden. Wil je mee?’

Toen haar dochter sprakeloos bleef staren
Stapte Oma van der Sloot maar in
Riep: ‘wil jij m’n sleutels dan bewaren’
En ze reed de wijde wereld in

Daar gaat oma met een stevig vaartje
Overal ter wereld is ze thuis
Af en toe stuurt ze Sofie een kaartje:
‘Groetjes daar aan het verzorgingshuis’

 

Zeilen volgens het boekje

Evert wilde zeilen leren
Op de woeste Friese meren
Liefst met windkracht zes of zeven
Met gevaar voor eigen leven

Bij de Bruna op de hoek
Kocht hij eerst een cursusboek
Dat hij grondig door wou lezen
Om goed voorbereid te wezen

Evert leerde alle woorden
Die bij echte zeilers hoorden
Kraanval, klauwval, fokkeschoot
Alles op en aan de boot

Maar toen Evert alles snapte
En hij op een bootje stapte
En de wind begon te waaien,
Ging dat bootje aan het draaien

Ach, het sturen wou niet lukken
Want het zeil begon te rukken
Evert stond hard na te denken
Toen de giek begon te zwenken

Soepel sloeg hij overboord…
Niemand heeft het meer gehoord,
Maar voor de klap zei hij nog zacht:
O ja, de giek, da’s bladzij acht.

 

Niet half leeg, maar halfvol

Joop en jeanet, een aardig stel
Maar heel verschillend; dat dan wel
Zij is zo zorgeloos als wat;
Hij ziet steeds beren op zijn pad.

Als ze een dagje fietsen gaan
En plots met lekke banden staan
Slaat hij ontmoedigd op zijn stuur
Maar zij noemt het een avontuur

Ze lopen verder tot een stad
En op de helft zegt zij: "kijk schat
We hebben al de helft gehad"
Hij zucht: "de helft pas? Krijg nou wat!"

Zij zegt: "'t is toch mooi weer mijn lief,
Wees toch een beetje positief
Val nou es één keer uit je rol
Zeg niet half leeg, maar zeg half vol."

Joop zucht dat hij het wil proberen,
Maar vast te oud is om te leren
Want morgen wordt hij veertig jaar
Dat is verdorie middelbaar

Op zijn verjaardag brengt Jeanet
Champagne en ontbijt op bed
Ze fluistert in zijn oor: "en toch:
De mooiste jaren komen nog!"

Hij denkt aan gisteren en zucht
Dan zegt hij bijna opgelucht
"Ik zie het positief mijn schat.
Het meeste hebben we gehad."

 

Haar!

Een man was zo enorm behaard
Dat hij op straat werd nagestaard
Hij keek terug en bromde wat,
Maar waar hij veel meer last van had
Dat was de jeuk waaraan hij leed
Zodra hij zich had aangekleed

Op zijn kantoor in keurig pak
Zat hij nooit echt op zijn gemak
Hij schurkte zich aan muur of stoel
En ook al was het er vrij koel,
Het zweet liep dikwijls langs zijn billen
Hij moest zijn best doen niet te gillen

De man viel op door zijn gedrag
En op een mooie zomerdag
besloot zijn baas hem te ontslaan
Hij kwam gewoon op straat te staan
Als in een droom nam hij de trein:
Wat raar om zo vroeg thuis te zijn

Terwijl de man naar binnen ging
Voltrok zich een verandering
Zijn zorgelijke trek verdween
Een opgeluchte lach verscheen
In ongelooflijk korte tijd
Had hij zich van zijn pak bevrijd

Hij liep de tuin in met een zucht
En stak zijn armen in de lucht
Zijn haren waaiden in de wind
Hij stond te lachen als een kind
En nam tevreden dit besluit:
Die kleren blijven voortaan uit!

 

Oesters

Op een dag deed ik mee met een loterij
En ik won een prijs, ha wat was ik blij
Ik kreeg een diner in een restaurant
De sjiekste tent in het hele land
Ik liet me verrassen en er werd
Een bord met oesters neergezet

Ik dacht dat het lekker was, wist ik veel
Maar het gleed en het glibberde in mijn keel
Het leek op snot, zo slijmig zout
Ik kreeg het warm en ik kreeg het koud
En hup, daar kwam die zoute klont
Mijn keel weer uit, zó op de grond

Op hetzelfde moment, o, het ging echt mis
Kwam een ober langs met een schaal vol vis
Hij stapte in die gladde brij
En gleed me in een flits voorbij
En alle vis vloog van de schaal
De vloer vol poon, forel en aal

Een heer, op weg naar de wc
Gleed uit en nam een tafel mee
De ober schreeuwde moord en brand
Er brak paniek uit in het pand
En iedereen was op de been
En gleed en glipte om me heen

Ik sloop voorzichtig naar de deur
Want ik was bang voor een hoop gezeur
Ik had alleen die oester gehad
En kocht op de hoek een zak patat
Met mayonaise en saté
En daar was ik heel tevreden mee!