Verhaalgedichten

Deze gedichten zijn eigenlijk verhaaltjes, maar dan op rijm

Marina's huisdier

Elke maandag
elke dinsdag
elke woensdag
elke dag
kwam Marina in de klas
als de les begonnen was
als de les al lang
al lang begonnen was

En dan moest ze regels schrijven:
“Wij beginnen om half negen”
Of ze moest na schooltijd blijven
en voor straf het schoolplein vegen
Of ze mocht weer een paar dagen
in de pauze niet naar buiten
en de juf ging met haar praten
tot Marina’s oren tuitten

Maar: die maandag
en die dinsdag
en ook woensdag;
elke dag
was Marina tóch te laat
en de juffrouw was weer kwaad
en de juf was echt
ja echt ontzettend kwaad

En ze riep: ik zal je leren
uit je luie bed te komen
en je niet steeds om te keren
om nog lekker door te dromen!
En wat sta je nu te schudden
met je eigenwijze hoofd!
Zul je mórgen dan op tijd zijn?
Is dat nou een keer beloofd?

En Marina zei toen zachtjes
Juf, dat wil ik echt heel graag
Maar mijn huisdier moet eerst uit
en o,
die schildpad
loopt
zo
traag

 

Snelle Jopie

Jopie werd geboren
midden in de nacht
Zijn moeder zei verwonderd:
dat had ik niet verwacht.
De meeste kindjes komen
met moeite en met pijn
‘k Wist niet dat een bevalling ook
zo razendsnel kon zijn.

Jopie leerde lopen
na een maand of acht
Zijn moeder zei verwonderd:
dat had ik niet verwacht.
De meeste kindjes kruipen
en gaan voorzichtig staan
Maar Jopie liep in een keer weg
Hoe snel kan dat toch gaan.

Jopie leerde fietsen
Hij was nog net geen jaar
Zijn moeder zei verwonderd:
hoe krijgt ie ’t voor elkaar!
De meeste ouders rennen
er weken achteraan
maar Jopie stapte op en reed
hier vliegensvlug vandaan

Op z’n rode brommer
reed Jopie door de straat
naar de peuterspeelzaal
Daar kwam ie nooit te laat
Kreeg rijles op z’n vierde
Dat was wel naar z’n zin
Hij kreeg meteen z’n rijbewijs
En reed de wereld in

Nu is Jopie zeven
en springt ie uit z’n bed
Zijn moeder zegt verwonderd:
Zeg, is dat een raket?
Hij knikt en gaat naar binnen
Het deurtje doet hij dicht
En dan is hij verdwenen
met de snelheid van het licht

 

Lucas in Amerika

Lucas moet zijn stamppot eten
Maar hij houdt zijn mond stijf dicht
“Best wel lekker” zegt zijn broertje
Lucas trekt een vies gezicht

“Eet je stamppot” zegt zijn moeder
“Eet je bord leeg” zegt zijn pa
Lucas rent gewoon naar buiten
Hij wil naar Amerika

Eerst de bus, dan de trein
Hij moet op het vliegveld zijn
Door de lucht, over zee
Gaat ie met het vliegtuig mee
Heel lang vliegen en daarna
Is ie in Amerika

Lucas wandelt door de stad
Grote auto’s, drukke straten
Heel veel mensen om hem heen
Die alleen maar Engels praten

O hello, how do you do?
Are you hungry, lieve schat?
Een mevrouw komt naar hem toe
Lucas lacht en knikt maar wat

De mevrouw pakt zijn hand
Trekt hem naar een restaurant
Zet hem neer, gaat heel vlug
Naar de keuken en terug
En een ober met een schort
brengt hem dan een heel groot bord

Lucas heeft een lege maag
Al twee dagen niks gegeten
Als het bord op tafel staat
Wil hij hongerig gaan eten

Wat de ober heeft gebracht?
Stamppot met een kuiltje jus
Very special, very Dutch
Sinds vandaag op het menu

Lucas schrikt, krijgt een kleur
En hij holt naar de deur
Met de bus, met de train
Door de lucht In een plane:
Als hij dan tóch stamppot moet
Kan dat thuis ook net zo goed!

 

Oesters

Op een dag deed ik mee met een loterij
En ik won een prijs, ha wat was ik blij
Ik kreeg een diner in een restaurant
De sjiekste tent in het hele land
Ik liet me verrassen en er werd
Een bord met oesters neergezet

Maar het gleed en het glibberde in mijn keel
Het leek op snot, zo slijmig zout
Ik kreeg het warm en ik kreeg het koud
En hup, daar kwam die zoute klont
Mijn keel weer uit, zó op de grond

Op hetzelfde moment, o, het ging echt mis
Kwam een ober langs met een schaal vol vis
Hij stapte in die gladde brij
En gleed me in een flits voorbij
En alle vis vloog van de schaal
De vloer vol poon, forel en aal

Een heer, op weg naar de wc
Gleed uit en nam een tafel mee
De ober schreeuwde moord en brand
Er brak paniek uit in het pand
En iedereen was op de been
En gleed en glipte om me heen

Ik sloop voorzichtig naar de deur
Want ik was bang voor een hoop gezeur
Ik had alleen die oester gehad
En kocht op de hoek een zak patat
En man, wat was ik daar tevreden mee!

 

Spul

Een oude, lege jampot
wat zand, een handje gras
een dode vlieg, tien besjes
en water uit een plas

Wat zaadjes van papaver
een uitgedroogde slak
een restje bier, wat suiker
nu roeren met een tak

Wat zal er gaan gebeuren
als ik het op me smeer?
Misschien kan ik dan vliegen
of niemand ziet me meer

Durf ik dit spul te drinken?
Misschien word ik heel klein
of kan ik heel hard rennen
of voel ik nooit meer pijn

Ik proef een heel klein slokje…
blèèèh, een slecht idee!
Dat spul is SUPERsmerig!
Ik spoel het door de plee

De krullenman

Hij leeft van kikkers en van slakken,
waterpest en dooie vis
Hij zit verscholen in de sloot
en niemand weet dat hij er is
Hij doet ook meestal niemand kwaad,
als je hem tenminste laat
Maar hij heeft dolkenscherpe tanden
en z’n klauwen zijn niet mis

Dus als je soms in de avond
naar buiten moet gaan
Ga vooral niet te dicht
bij het water staan
Als je de avondrust verstoort
en als de Krullenman je hoort
dan strekt ie z’n armen ver boven de sloot
en trekt je erin en hij bijt je dood!

Hij is slijmerig en harig
en z’n voeten hebben vliezen
Hij kruipt graag tussen waterplanten,
rottend blad en biezen
Daar zit ie met z’n ogen dicht
Hij verstopt zich voor het licht
maar als het donker wordt dan komt ie
soms een lekker hapje kiezen

Dus moet je laat in de avond
toch echt ergens heen
Blijf dan weg van het water
en ga niet alleen
En maak je ook maar een geluid
dan komt de Krullenman eruit
Met druipende krullen en helemaal bloot
grijpt ie je beet en sleurt je in de sloot
Hij trekt je erin
en hij bijt je dood