Kindergedichten

(binnenkort meer)

Lachen

Lach-les één:
zeg mij na
ha ha ha ha ha ha ha

Nu les twee:
het kan ook zo:
ho ho ho ho ho ho ho

En let op
hier is les drie:
hi hi hi hi hi hi hi

 

Zonnedauw

Zonnedauw, klein en groen
Kan zijn blaadjes opendoen
Voelt hij dan
een klein gewicht:
Klappen vlug
de blaadjes dicht

Zonnedauw, zonnedauw,
Je gelooft het niet zo gauw
Maar die plant kan vliegen vangen
Want ze blijven er aan hangen

Zonnedauw, zonnedauw,
En die beestjes, nou nou nou,
Hapt hij met z’n sprietenkaken
Omdat vliegen hem wel smaken

Zonnedauw, groen en klein
Zou hij heel veel groter zijn
Dan gaf ik hem mijn neefje Stijn
Want die doet me altijd pijn

 

De operazangeres

Kijk daar, die dame op teevee
die zo mooi zingt, daar is wat mee.
Ze zingt zo hoog, van tralala,
een Italiaanse opera.

Die dame is zo lief en zacht,
en kijk hoe vriendelijk ze lacht.
Die zangeres op de teevee,
ik zei het al: daar is wat mee.

Haar lieve lach is heel speciaal,
en niet voor jullie allemaal.
Die knipoog na de hoge C
is niet voor jou bedoeld, welnee!

Als die mevrouw naar huis toe gaat,
dan is dat huis in onze straat.
Want die beroemde zangeres
heeft heel toevallig míjn adres!

Snap je het nou? Heb je het door?
Het is dus wel mijn moeder, hoor!

 

Slang

Daar buiten zwemt de waterslang
Zijn lenig lichaam meters lang
De gluiperd kijkt me dreigend aan
Maar ik ben helemaal niet bang;
Zijn staart zit aan de waterkraan

 

Ballet

Draaien, draaien, strekken
Netjes in de maat
Armen hoog geheven
bíjna een spagaat

Nieuwe roze schoentjes
Krullen ingezet
Roze tulen rokje
Lisa doet ballet

Op het feest van oma
Danst ze als een fee
Lisa krijgt een groot applaus
En oma klapt voor twee

 

Prinsessenjurk

We mochten ons verkleden
Ik en mijn nichtje Fiet
Ik vroeg: wil jij de prins zijn?
Maar nee, dat wou ze niet

Er is maar één prinsessenjurk
die staat mij heel charmant
Maar Fiet wou de prinses zijn
en trok hem uit mijn hand

We trokken met z’n tweeën
toen hoorden we het scheuren
Ik had ineens een losse mouw
Hoe kon dat nou gebeuren?

Mijn tante zei alleen maar
Dat is een goede les:
Als jullie ruziemaken
wordt niemand de prinses

Toen naaide ze heel netjes
de losse mouw weer vast
En legde de prinsessenjurk
hoog bovenin de kast

 

Rood

Mijn lievelingskleur is zoet
Een aardbei op mijn brood
Een zonnige tomaat
De mooiste kleur is …

Mijn lievelingskleur is warm
De trui is lekker groot
M’n haarband past erbij
Want allebei zijn ze …

Mijn lievelingskleur doet zeer
Ik sneed me laatst een keer
Er kwam een dikke druppel bloed
Die was rood
en warm
en zoet

 

Tijdreis

Zó stel ik de tijd in:
Wel tienduizend jaar
De riemen gaan vast
En vertrekken maar

De wereld verdwijnt,
het is stil om me heen
Terug in de tijd; een grot van steen
Reusachtige schaduw valt over mij
Een Tyrannosaurus bonkt dichterbij
Ik deins achteruit in de smalle grot
En grijp naar mijn wapen:
een mensenbot
De Tyrannosaurus grauwt en gromt
Terwijl hij nader en nader komt

Hoor ik… iemand roepen
Heel zachtjes maar
Het komt van heel ver
Wel tienduizend jaar:
"Kom nou naar beneden
Het eten is klaar!”

 

Ridder te paard

Ik ben een dappere ridder
al op mijn witte paard
en als je met me vechten wilt
hef ik mijn blinkend zwaard.

Ik geef mijn paard de sporen
hij dendert in galop
je kunt zijn hoeven horen:
kataklop kataklop kataklop

We naderen de vijand
Ik zie zijn valse lach
Ik zwaai al met mijn wapen:
straks geef ik hem een slag

Ik laat de teugels vieren
en richt met vaste hand;
Nog even en mijn vijand
ligt kermend in het zand

Dan maakt mijn paard een bochtje
en vlucht in volle vaart
Ik ben een dappere ridder…
maar met een angstig paard